Het verhaal achter het design

De designs van de Rijksmuseum behangcollectie zijn gemaakt met werken van allerlei bijzondere oude meesters uit 1500-1800. Deze meesters hebben allemaal een eigen verhaal dat verteld moet blijven worden. We hebben voor elk design een aantal meesters uitgelicht met een verwijzing naar het element wat in het ontwerp gebruikt is. Zo blijven de verhalen verteld worden.

 

A New Chapter

Fijngetekende bloem- en dierfiguren, afkomstig uit tekeningen en schilderijen van Dorothea Maria Gsell geboren in de 17de eeuw, Jean Bernard uit de 19de eeuw en Robert Jacob Gordon uit de 18de eeuw, zijn gecombineerd en hebben tot een nieuw fantasievol en fabelachtig design geleid. Ieder met een fascinatie voor flora en fauna die ze op hun eigen manier hebben vastgelegd in tekeningen en schilderijen. Zo komen verhalen uit het verleden samen in een hedendaags design en krijgen de werken opnieuw een plek in de spotlights.

Dorothea Maria Gsell, Rode Ibis, RP-T-1977-16

Dorothea Maria Gsell (1678-1743) was de jongste dochter van een botanisch kunstenaar en wetenschapper Maria Sibylla Merian. Samen met haar moeder en zus onderhield ze een hele succesvolle werkplaats in Amsterdam, waar ze de boeken van haar moeder verkochten, maar ook losse tekeningen, opgezette dieren en gedroogde insecten.
In 1699 vertrok Dorothea Maria samen met haar moeder naar Suriname om daar vlinders, insecten en planten te bestuderen ter voorbereiding op een publicatie. In die tijd een unieke en gevaarlijke reis voor vrouwen. Ze vestigden zich in Paramaribo en maakten regelmatig uitstapjes om insecten te vangen. Helaas werd Maria Sibylla ziek, waardoor de vrouwen slechts twee jaar later, in 1701, naar Amsterdam moesten terugkeren. Deze rode ibis is in Suriname getekend. Na de dood van haar moeder, verhuisde Dorothea Maria naar Sint Petersburg met haar man, de Russische kunstenaar Georg Gsell. Ze werd daar een geroemd kunstenaar en was nauw verbonden met de kunstacademie in Sint Petersburg. Een uitzonderlijke rol voor een vrouw.

Jean Bernard, Tulp, RP-T-1904-412

Jean Bernard (1765- 1823) was amateurkunstenaar, kunsthandelaar en lid van het Amsterdamse particuliere tekengenoot- schap ‘Zonder Wet of Spreuk’ (ca. 1808-1819). Dit genootschap bestond uit een groep van 14 bevriende kunstenaars die samenkwamen om een ingehuurd (gekleed) model te tekenen. Er zijn meerdere tekeningen van hetzelfde model gevonden in de boedels van deze kunstenaars. He Rijksmuseum heeft een hele grote collectie van zijn tekeningen gekregen in 1904. Veelal de meeste zijn tekeningen van dieren. De tulp heeft hij wellicht nagetekend.

Robert Jacob Gordon, Zebra RP-T-1914-17-191

Robert Jacob Gordon, geboren in Nederland met een Schotse vader, leidde een avontuurlijk leven totdat hij werd opgeroepen bij het leger. Hij was ontdekkingsreiziger, wetenschapper en diplomaat. Hij had de Kaapkolonie bereisd en streken doorkruist waar nog nooit een blanke was geweest. Hij had de grote rivier in het noorden in kaart gebracht en hem tot Oranjerivier gedoopt – de naam die tot op heden stand heeft gehouden.

Robert J. Gordon heeft een enorme nalatenschap achter gelaten, waardoor men een enorm gedetailleerd beeld heeft van ZuidAfrika tijdens de laatste decades van hetVOC regime.Het werk wat hij heeft nagelaten is des te meer indrukwekkend, omdat hij het bijna helemaal alleen heeft gedaan met wat hulp van ongeschoolden. Hiermee liet hij zien dat hij over dezelfde vaardigheden beschikte als een, botanicus, zoöloog, etnograaf, taalkundige, geoloog, cartograaf en tekenaar. Als antropoloog had hij ook een grote fascinatie voor het lot van de inheemse bevolking met de komst van de kolonisten.

 

Once Upon a Time

Een bijzonder kleurrijk en vrolijk samenspel waar de kunstwerken van Aert Schouman en Henrietta Geertruida Knip de hoofdrol spelen. De flora met uitbundige bloemen en de fauna met de verfijnde toucan en rode papegaai zijn een bijzonder sterke combinatie. De schilders die in verschillende eeuwen leefden, deelden een zelfde passie, het visueel maken van bijzondere dieren en kleurrijke bloemen met verfijnde details. Ze worden verenigd in een nieuw design en worden in de 21ste eeuw in een nieuw licht gezet.

Aert Schouman 1720, Toekan RP-T-FM-138 & Rood-groene papegaai RP-T-1918-432

Aert Schouman een Dordrechtse kunstenaar en een duizendpoot: hij schilderde, tekende, maakte prenten en graveerde glaswerk. Ook was hij verzamelaar en kunsthandelaar.
Hij maakte zelf een heel aantal muurschilderingen (geen behang, maar wel met het doel de wanden te versieren) voor prominente burgers van Dordrecht, Den Haag en Middelburg. Hij schilderde deze wandversieringen in een lichte en luchtige stijl. Aert Schouman was geen wetenschapper, maar interesseerde zich evengoed voor de natuurgetrouwe weergave van het dieren- en vogelrijk. Zijn grote observatievermogen blijkt uit de manier waarop deze roodsnaveltoekan zich vastklemt op een tak, met twee tenen in plaats van drie zoals andere soorten.

Henriëtta Geertruij Knip, Bloeket, RP-T-FM-72

Henriëtta kwam uit een Brabantse kunstenaarsfamilie die drie generaties bestrijkt, van c. 1770 tot 1900. Het is bijzonder voor een vrouw uit die tijd dat ze een verdienstelijke carrière als schilderes heeft opgebouwd. Ze ging eerst in de leer bij haar vader, Nicolaas Frederik Knip, maar verhuisde in 1803 naar Parijs, waar ze in de leer ging bij Gerard van Spaendonck. Ze specialiseerde zich, net als Van Spaendonck, in fruit en bloemstillevens. Ze verhuisde in 1806 terug naar Nederland. Er zijn niet veel van haar werken bewaard gebleven, zowel het Teylers Museum in Haarlem als het Rijksmuseum hebben maar twee van haar werken.

 

Never Ending Story


Fijngetekende bloem- en dierfiguren, afkomstig uit tekeningen en schilderijen van verschillende meesters, zijn gecombineerd tot dit fantasievolle en fabelachtige design. Zo komen verhalen uit het verleden samen in dit hedendaags design en krijgen de werken opnieuw een plek in de spotlights. De weelderige bloemenkrans is het middelpunt van het design. Je kan er eindeloos naar blijven kijken en je zal steeds nieuwe details ontdekken. Door er naar te kijken, maak je als het ware een tijdsreis tussen 16de en 19de eeuw. Elk van deze kunstenaars had een eigen visie op de wereld en legde de flora en fauna op zijn eigen manier vast. Het is een bont gezelschap van meesters die meer dan alleen schilderen & tekeningen maakten.

Anselmus de Boodt, Aziatische olifant RP-T-BR-2017-1-2-9, Ransuil RP-T-BR-2017-1-3-32

Anselmus de Boodt was de lijfarts van Rudolf II (1552-1612), keizer van het Heilige Roomse Rijk, en daarnaast ook kunstenaar, jurist en natuuronderzoeker. Rudolf II gaf hem de opdracht een overzicht te maken van het planten- en dierenrijk. Dit resulteerde in de Historia Naturalis, een boek in drie delen met 750 waterverftekeningen van bloemen, dieren en vogels. Na de dood van Rudolf II nam De Boodt de nog onbetaalde tekeningen mee naar zijn geboortestad Brugge. In zijn testament bepaalde hij dat de drie delen intact moesten toevallen aan mannelijke erfgenamen.Toen de laatste erfgenaam stief in 1844, werden de albums voor het eerst verkocht. Slechts één keer veranderden ze nog van eigenaar, voordat ze in maart 2017 werden gekocht door een particuliere verzamelaar, die ze ruimhartig aan het Rijksmuseum in bruikleen gaf.

Robert Jacob Gordon, Zebra RP-T-1914-17-191, Giraf RP-T-1914-17-150 , Struisvogel RP-T-1914-17-306

Robert Jacob Gordon, Equus zebra RP-T-1914-17-191, Giraf RP-T-1914-17-150 , Struisvogel RP-T-1914-17-306

Robert Jacob Gordon, geboren in Nederland met een Schotse vader, leidde een avontuurlijk leven totdat hij werd opge- roepen bij het leger. Hij was ontdekkingsreiziger, wetenschapper en diplomaat. Hij had de Kaapkolonie bereisd en streken doorkruist waar nog nooit een blanke was geweest. Hij had de grote rivier in het noorden in kaart gebracht en hem tot Oranjerivier gedoopt – de naam die tot op heden stand heeft gehouden.

Robert J. Gordon heeft een enorme nalatenschap achter gelaten, waardoor men een enorm gedetailleerd beeld heeft van ZuidAfrika tijdens de laatste decades van hetVOC regime.Het werk wat hij heeft nagelaten is des te meer indrukwekkend, omdat hij het bijna helemaal alleen heeft gedaan met wat hulp van ongeschoolden. Hiermee liet hij zien dat hij over dezelfde vaardigheden beschikte als een botanicus, zoöloog, etnograaf, taalkundige, geoloog, cartograaf en tekenaar. Als antropoloog had hij ook een grote fascinatie voor het lot van de inheemse bevolking met de komst van de kolonisten.

Anoniem (!), Bloemenkrans, RP-T-1955-268

Dit blad komt uit een album met in kleur gedrukte prenten uit de onderneming van Johan Teyler (RP-P-2014-23). Het album bevat 135 in kleur gedrukte prenten op 80 albumbladen in een kalfsleren band bedrukt met stempels in bladgoud. De prenten zijn van diverse (anonieme) kunstenaars. Het album is waarschijnlijk samengesteld en gebonden in Amsterdam. Op een aantal albumbladen met ingebonden prenten zijn prenten bijgeplakt.

Johan had een studio in Nijmegen, later in Amsterdam en Rijswijk. De studio werd internationaal geroemd door de unieke methode die hij toepaste om prenten te drukken, de -la poupée- manier: waarin de koperplaat in meerdere kleuren werd geïnkt en de resulterende indruk een meerkleuren beeld laat zien. De methode bestond al in de zestiende en zeventiende eeuw, maar Johan was de eerste die met meerdere kleuren drukken maakte.

VOLG ONS